11.09.2025

Vroeger was vroeger ook beter.



Steeds vaker valt het woord: ravijnjaar. Het klinkt groot en zwaar. En eerlijk gezegd, dat is het ook wel.

 

In 2026 lopen gemeenten namelijk recht tegen een gat aan in hun begroting. Geen klein gat, maar miljarden. Hoe komt dat?

 

Tot nu toe werkte het vrij simpel: gaf het Rijk meer geld uit, dan kregen gemeenten ook meer via het gemeentefonds, om de boel in balans te houden. Dat systeem stopt.

 

Het nieuwe systeem, dat gekoppeld is aan de groei van de economie, begint niet gelijk als het oude systeem stopt, maar pas een jaar later – in 2027. Precies dat tussenjaar slaat een gat van zo’n 2,5 tot 3 miljard euro. Voor veel gemeenten is dat onoverbrugbaar. Driekwart zou de begroting in dat jaar niet rond krijgen. Een ravijnjaar dus.

 

 

Wat betekent dat in de praktijk – en zijn de parachutes al uitgedeeld?

 

De verplichte taken, zoals jeugdzorg en Wmo, moeten gewoon doorgaan. Daar valt weinig in te schuiven.

 

Maar alles wat niet verplicht is, staat wel onder druk. Subsidies voor sportverenigingen, cultuurprojecten, leefstijlprogramma’s… de lijst kan veel langer. Het zijn vaak de eerste posten die sneuvelen om zo’n begrotingstekort te minimaliseren.

 

Het Rijk heeft wel wat pleisters geplakt, met extra geld tot en met 2027. Maar daarna? Vooralsnog geen parachutes. Vanaf 2028 hangt het tekort dus opnieuw in de lucht.

 

Ondertussen trekken gemeenten natuurlijk aan de bel. Ze schrijven brandbrieven naar Den Haag, bundelen krachten in de regio en zoeken lokaal naar extra inkomsten – van toeristenbelasting tot parkeergelden.

 

Kortom: de komende jaren wordt het balanceren. Tussen wettelijke plichten en maatschappelijke wensen. Met minder middelen in handen.

 

 

En de zorg?

 

Daar gaat het echt schuren. Zorg is geen “post” die je zomaar wegstreept. Het gaat om mensen. Om hun dagelijks leven. Gezinnen en ouderen. Kinderen en jongeren; de gezinnen en ouderen van de toekomst.

 

De wettelijke taken – jeugdzorg, Wmo – moeten daarom doorgaan. Maar doorgaan betekent niet vanzelfsprekend dat de kwaliteit hetzelfde blijft. Gemeenten zullen strakker moeten sturen. Kortere trajecten. Strengere toegang voordat je gebruik kunt maken van zorg. Meer nadruk op acute hulp, minder ruimte voor langdurige begeleiding.

 

En juist de niet-verplichte onderdelen zijn kwetsbaar. Dat zijn vaak de plekken waar vernieuwing en preventie zitten. Dagbesteding. Sportprogramma’s. Gezondheidsprojecten, etc. Het zijn initiatieven die voorkomen dat problemen groter worden. Schrap je die, dan lijkt het misschien een bezuiniging – een korte termijn pleister – maar op de langere termijn wordt die rekening vele malen hoger.

 

Niet een zorg voor later, maar voor de kids die we nu aan het opvoeden zijn. ‘Later’ is niks, niemand. Later vindt het niet erg dat het veel te lang moet wachten op hulp. Onze kids straks wel.

 

Vroeger was alles beter, zullen ze zeggen. En dat gaat ‘later’ beamen.

 

De praktijk

 

Neem een wijkteam in een middelgrote gemeente. Een klein clubje: maatschappelijk werkers, jeugd- en gezinsprofessionals, een Wmo-consulent. Hun kracht? Laagdrempelig werken. Even binnenlopen met een vraag. Eén gesprek dat genoeg is om erger te voorkomen. Verbinding maken, en daardoor een veel betere inschatting welke zorg wel of niet nodig is.

 

In het ravijnjaar verandert dat. De gemeente moet snijden en besluit het team minder uren te geven. Het inloopspreekuur verdwijnt. Hulpvragen moeten nu via een officiële melding en intakeprocedure. De verbinding verdwijnt. En we gaan generalistisch kijken naar individuele gevallen.

 

Appeltaart bakken met citroenen. Fruit is fruit, toch?

 

Op papier lijkt dat wel logisch natuurlijk: minder uren, meer focus op zware gevallen. Maar in de praktijk werkt het anders. Kleine signalen blijven liggen. De oudere die kwam voor een praatje. De moeder met zorgen over haar puber. De man die worstelt met schulden. Ze haken af. En komen later terug met grotere, duurdere problemen. Gelukkig heeft ‘later’ daar geen last van.

 

 

Wat betekent dit voor zorgorganisaties?

 

Waar de zorgvragers zich zorgen moeten gaan maken, doen de organisaties dat natuurlijk ook. Het is al geen makkelijk veld om in te opereren, met grote maatschappelijke ontwikkelingen die tegen elkaar in roeien. Wat betekent dit?

  • Onzekerheid in contracten: gemeenten leggen zich minder snel vast op de lange termijn omdat er financiële onzekerheid heerst.
  • Druk op personeel: aannemen of uitbreiden voelt riskant als je de financiering voor volgend jaar niet weet. Daarnaast zijn er steeds minder beschikbare mensen die het vak instromen.
  • Samenwerking wordt noodzaak: met gemeenten, maar ook met collega-organisaties. Alleen red je het niet. Meer fusies, en kleinere organisaties vallen om.

 

Al met al worden we gedwongen om te kijken naar welke zorg we belangrijk vinden met elkaar. En dat is een moeilijke. Vraag het aan de zorg zelf en er komt een antwoord – deels gedreven door de marktwerking – maar juist buiten de zorg zou er een visie moeten komen. Niet pas als je er zelf mee te maken krijgt, maar daarvoor.

  • Hoe lang ben je bereid te wachten voordat er een foto wordt gemaakt van dat vreemde plekje op je rug?
  • Vind je het erg als er verwarde mensen in je buurt wonen? En zo ja, waar wil je dan dat ze naartoe gaan?
  • De buurman kan de trap niet meer opkomen. Traplift? Of wegwezen naar een bejaardenhuis?
  • In de straat woont een moeder die licht verstandelijk beperkt is met twee kinderen. Help je haar de financiën op orde te krijgen? Of moet een zorginstantie dat maar doen?
  • Je hebt een burn-out door je werk. Wil je hulp? Hoe snel? En ben je bereid de psycholoog zelf te betalen?
  • Met padel verdraai je je knie. Je krijgt geen fysio meer vergoed. Hoeveel sessies ga je uit eigen zak betalen?
  • Je moeder kan ineens niet goed meer voor zichzelf zorgen en gaat naar een instelling. Daar wordt ze maar twee keer per week gewassen omdat er personeelstekort is. Vind je dat erg? En wat als het een dame uit het dorp is die je niet kent? Vind je het dan ook erg?
  • En wat als…

 

Het is een lastig dilemma. Onmogelijk om helemaal uit te kauwen als land. Of invloed op uit te kunnen oefenen als burger. Maar het zijn allemaal vragen waar je zomaar mee te maken kunt krijgen, die dan onbedoeld in je schoenen geschoven zijn. En dan pas zie je wat de staat van de verzorgingsstaat eigenlijk is.

 

Een kwestie waar je je later maar eens over moet gaan buigen.

 

 

Lees ook onze blog: ‘De kunst van het wegjagen’

 

 

 

DSC00316